Voor de laatste keer naar boven

IMG_0950.jpg

De deur gaat met een zwiep open. Een lange, smalle trap tekent zich achter de ruggen van de mantelzorgers. Al tientallen jaren trekken ze zich, soms met moeite, op aan deze trapleuningen om mevrouw Kaspers te bereiken. Ze hielpen deze oudere vrouw met de dingen die haar niet meer zo goed afgingen. Tot en met pakweg drie maanden geleden, toen ze overleed. Met haar 98 jaar kun je spreken van een lang leven. Van jonge jaren tot aftakeling.

Zo’n 80 jaar, vanaf vlak na haar jeugd, woonde ze al in dit huis in Zwolle. Leefde haar leven, in deze bovenwoning, met twee verdiepingen en vier slaapkamers, vlakbij in de binnenstad. Op een bijzondere manier verweven met deltaWonen. De mantelzorgers, een buurvrouw en een betrokken nichtje van mevrouw Kaspers, hebben vandaag de onverdeelde aandacht en tijd, om afscheid te nemen van dit huis.

“Wat een huis he, je zou hier prima kunnen onderduiken,” zegt de nicht van mevrouw, terwijl ze inspecteur Henk de gasmeters in de kast onder de trap laat zien. Met twee verdiepingen, drie als je de wc op de kleine verlaging meetelt, heeft het huis een vrij hoog kruip-door-sluip-door-gehalte. In de keuken hangen jaren’60-gordijnen. Een tikje vergeeld. En in de hoek zit een verhoogd hok, haast een bedstee alleen dan staand, zonder trap ervoor, maar met een afvoer erin. “Ja, zo zag een douche er vroeger uit.” Oude lampen hangen nog aan het plafond. De buurvrouw benoemt het soort stof dat het is en besluit dan met de woorden: “Ach, daar ben jij natuurlijk te jong voor, jij kent dat helemaal niet.”

Het huis ademt nog na van het leven dat zich hier in de afgelopen 80 jaar heeft afgespeeld. De omtrekken van de schilderijen die hier hingen, zijn duidelijk te zien. De wasbakjes zijn van tijdens de oorlog, met twee aparte zijhoudertjes voor de zeep. Ze zitten op de meest onverwachte plekken. “Vroeger was dit een pension,” legt de buurvrouw uit. “Zo is ze hier terecht gekomen. De schoonouders van mevrouw woonden hier en hadden boven de pensiongasten. Beneden woonden zijzelf. Het klikte met de zoon des huizes, ze werd verliefd, dus is ze hier nooit echt meer weggegaan.”

Het stel had het goed met zijn tweeën. Haar man, die kunstenaar was, overleed in 1987. Sinds die tijd woonde ze alleen in deze woning vlakbij het spoor. “Ze had een mooi leven, heeft altijd gedaan wat ze wilde,” vertelt het nichtje over haar tante. “Ze heeft haar hele leven dagboeken bijgehouden, die ben ik nu aan het nalezen. Ze schreef ook dat ze dood wilde en dat ik toen zei: dacht het nog maar even niet.”In 2000 is er nog een aangepaste renovatie geweest bij de huurder. “Ze wilde eigenlijk helemaal niet dat het huis werd aangepast,” vertelt de buurvrouw “uiteindelijk hebben ze wel een badkamer geplaatst boven. Voor als er nieuwe huurders kwamen. Niet dat ze die ooit heeft gebruikt. Ze waste zich op de ouderwetse manier, in de keuken.”

Met de jaren werd haar leefomgeving kleiner. Telkens een kamer, ruimte of verdieping minder in haar wereld. Dit zinde haar geenszins. “We hadden een traphekje gemaakt voor de wc, want ze kon maar zo een duizeligheidsaanval krijgen, dan zou ze zo van de trap, tegen de voordeur aanvullen,” vertelt het nichtje van in de 60. “We vonden het niet meer verantwoord dat ze alleen de trap afging, maar ja, ze wilde ook niet verhuizen. Dit was haar thuis. Dat hekje deden wij altijd dicht, maar zij deed hem vaak stiekem weer open.” Een eigenwijze vrouw, met een sterke wil.

De afgelopen vijf jaar heeft ze de bovenste verdieping niet meer gezien. Hier stonden wel spullen, waar ze niets meer mee deed. Bij de ketel kon ze zelf niet komen. Ze bivakkeerde in de woonkamer, de inbouwkasten in het midden van de woning verhullen dat dit ooit een woonkamer en suite is geweest. De versleten kasten zijn over de oorspronkelijke rails van de schuifdeur te verschuiven. “Hier stond haar bed,” vertelt de buurvrouw, die intussen wijst op de hoek bij het raam. “Een enkele keer kwam ze in de kamer hiernaast en een groot deel van de dag zat ze in de keuken.”

Vanwege de onvermoeide inzet van deze twee mensen, hebben we bloemen mee. Voor de koffie vertrekken we even naar de buurvrouw, om na te praten, nu de deur van hun tante en buurvrouw dicht is. Boven de trap zit nog een ouderwets tegeltje, gemetseld in de woning, dat er al jaar en dag hangt. “Sich regen bringt Segen.” Hard werken loont.  

Terwijl we aan de ontbijtkoek met boter zitten, vertellen de mantelzorgers. De twee vrouwen deden alles voor hun oude tante de buurvrouw. “Ik deed de weekendboodschappen voor haar,” vertelt de buurvrouw, “En zij (red. nicht) kwam ook minstens twee keer per week langs.” Het nichtje van mevrouw valt haar bij: “Ze kon zo koppig zijn en eigenwijs, net als ikzelf. Dat botste nogal. Soms dan gingen we met z’n tweeën als we even streng moesten zijn, anders ging het mis.”

De vrouwen wisten al jaren dat het onvermijdelijke moment zou komen dat ze haar woning zou moeten verlaten, toch voelde het als onverwachts toen het zover was. Vier maanden geleden verruilde ze haar woning voor een Hospice. Voor het eerst naar buiten in bijna 18 jaar! De brandweer moest er aan te pas komen, omdat de brancard niet door het trapgat paste. “Ze was nog zo scherp,” vertelt haar nichtje, terwijl ze somber voor zich uitstaart, ”Ze had door dat een van de brandweermensen per ongeluk het licht aan had gedaan met zijn heup, dus ze riep: wel even het licht uitdoen in het portiek, he!” terwijl ze naar buiten werd getild.”

Een telefoon komt tevoorschijn, met foto’s van een intens magere vrouw in een berg van matras op een brancard, foto’s van het graf van haar man met een gedenksteen voor mevrouw Kaspers, foto’s van schilderijen die haar man van haar maakte; statige portretten van een vrouw met pit, een vleugje adel doorspekt de tekenstijl. Het contrast met het hoopje ellende in de ziekenwagen kon niet groter.

“Ze genoot van haar laatste tocht de trap af,” vertelt de buurvrouw, “Ze wist ook precies waar we reden, ook al had ze het al tijden niet meer gezien.” Hoewel ze niet het type was om voor zich te laten zorgen, gaf ze zich eraan over in de Hospice. Hier mocht het. De kleine dingen in het leven lukte haar al niet meer. “Koffiezetten alleen al was te vermoeiend, ze bibberde zo.” Zo heeft ze de laatste 18 dagen van haar leven eindelijk voor zich laten zorgen, na een onvergetelijke tocht de trap af.

De vrouwen zitten naast elkaar, in de woning van de buurvrouw. “Je gunt haar te sterven, begrijp je,” zegt het nichtje van mevrouw: “maar uiteindelijk komt het voor jezelf heel onverwachts.” Ze staart voor zich uit, terwijl de buurvrouw zegt: “stapje voor stapje, niet sneller dan kan, Mien.” Uit alles blijkt het grote hart van deze twee vrouwen voor onze oud-huurder en uit alles blijkt hoe lastig ze het vinden om afscheid te nemen, los te laten. Maar de koffie is op, het andere werk wacht en buiten schijnt de zon.

We stappen naar buiten. Op de stoep, voor nummer drie, liggen twee struikelstenen. Een ode aan buren, fam Weihl, die ze wel gekend moet hebben, voordat ze in de trein werden gezet naar Auschwitz, om hun genadeloze einde tegemoet te gaan. Mevrouw Kaspers, onze huurder, was erbij, heeft ze gekend, was deel van die tijd zelf. Tot ze zelf naar boven ging, voor de laatste keer.

 

 

 

Terug naar overzicht

Vertalen / Translate